|
Je gaat op kamp. Dat heb je met
je hele team afgesproken. Lekker gezellig. een hele week of een heel weekend)
om leuke spellen te spelen en spannende dingen te beleven. Maak het voor
jezlef en anderen makkelijker door aan onderstaande punten aandacht te
besteden!
Voorwaarden, opgelegd door Scouting Nederland
- Het stafteam dient te bestaan
uit door Scouting Nederland erkende leid(st)ers en mag aangevuld worden
met een kookstaf, of een fouragemeester.
- Iemand van het stafteam moet in
het bezit zijn van een kamperkenning.
- Het stafteam dient in het bezit
te zijn van een geldige kampvergunning.
- Het stafteam dient toestemming
te hebben van de groepsraad.
- De eigenaar van het terrein dient
in het bezit te zijn van een geldige vergunning om zijn terrein als
kampplaats te laten gebruiken.
- De eigenaar van het terrein dient
in het bezit te zijn van een stookvergunning.
Administreren Kampvoorbereiding
Zorg voor schriftelijke bevestigingen
van afspraken met personen en instanties. Hieronder vallen eigenlijk allen
die bij het kamp betrokken zijn, zoals de jeugdleden en eventueel hun
ouders, de terrein-eigenaar/beheerder, de plaatselijke overheid, de verzekeringscontactpersoon,
de groepsraadsleden, de leden van het stichtingsbestuur en verder iedereen,
die toezeggingen voor je programma doet.
Personalia van de deelnemers
Veel gemeenten vragen om een lijst
met personalia van overnachtende toeristen.
Verzekeringen voor op kamp
Op kamp zijn de collectieve ongevallen
en WA-verzekering van Scouting Nederland automatisch van toepassing, mits
aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan en wel:
- het kampformulier moet ingediend
zijn;
- iemand moet in het bezit zijn
van een kamperkenning;
- ieder lid moet ingeschreven staan
als lid van de vereniging Scouting Nederland, met uitzondering van de
kookstaf en fourageurs, mits vooraf op het kampformulier opgegeven.
De collectieve verzekering dient
beschouwd te worden als secundaire verzekering, ofwel aanvullend op de
eigen verzekering. In eerste instantie dient de schade gemeld te worden
bij de eigen verzekering. De polisvoorwaarden van de verzekeringen (ongevallen-,
WA-, en Kampeer-WA-verzekering) worden ieder jaar verstrekt aan de groepssecretaris.
Materialen
Groepsmateriaal
- tenten met palen/stokken, scheerlijnen
en haringen;
- HUDO-tent met toebehoren;
- verlichting;
- kampschoppen, zagen en bijlen;
- waterzakken of jerrycans;
- pionierlijnen in verschillende
lengtes;
- brander en brandstof, of kookroosters;
- pannen en koekepannen, ketels
en koffie- en theepotten;
- keukenbestek;
- voorraadbussen en -potjes;
- thee- en vaatdoeken;
- teiltjes;
- E.H.B.O.-materiaal.
Persoonlijk materiaal
- (lucht)matrasjes;
- slaapzak (of dekens), lakenzak
en kussensloop;
- handdoeken, washandje(s), toiletgerei
(en maandverband);
- theedoek;
- nachtkleding;
- zakdoeken;
- zwemkleding;
- ondergoed, sokken voor dagelijkse
verschoning (plus reserve)
- truien, blouses, t-shirts;
- broeken, lang, kort en sportbroek;
- schoeisel (stevig, tegen regen
en sportschoenen);
- regenkleding;
- bord, mok en bestek (voorzien
van naam);
- tas met schrijfgerei, zaklamp,
zakmes, muziekinstrument en spelletjes;
- plunjezak of rugzak.
Het kampterrein en de omgeving
Zorg ervoor dat je het kampterrein
van tevoren bekeken hebt. Maak een plattegrond van het terrein en het
gebouw, zodat je je programma hierop kunt afstemmen en de vertrekken van
tevoren kunt indelen. De deelnemers zullen in het algemeen het kampterrein
vlug willen verkennen. Plan dit dus vrij snel na aankomst op het kampterrein.
Maak duidelijke afspraken over de grenzen van het kampterrein. Spreek
af hoever iemand mag gaan zonder anderen daarover in te lichten, dan wel
toestemming te vragen. Vertel bij rondgang zoveel mogelijk over de wetenswaardigheden
over het kampterrein en de omgeving ervan.
Hang in het stafverblijf een lijst
met daarop de belangrijke telefoonnummers (politie, brandweer, ziekenhuis,
arts en beheerder) en zo mogelijk hoe je op die lokaties komt (routebeschrijving
en/of tekening). Wijs iedere betrokkene op de plaats van het lijstje.
Vermeld waar je kunt bellen, de tijden dat je daar kunt bellen en hoe
je daar kunt komen.
Zorg dat er voor noodgevallen altijd
tenminste één vervoermiddel, bij voorkeur een auto, gebruiksklaar
staat en dat je weet, wie er dan rijdt en waar en/of hoe je deze persoon
kunt vinden, alsmede waar de benodigde papieren en sleutels liggen. Berg
bij de autopapieren en sleutels de gezondheidsformulieren van de deelnemers
op, zodat je deze altijd bij de hand hebt.
Het bivakkamp
Slaapruimte en binnenverblijf
Eerst dienen de slaapruimte en het
binnenverblijf in orde te worden gebracht. Kleding moet opgehangen worden
en koffers worden weggezet. Handdoeken en washandjes moeten zowel binnen
als buiten opgehangen kunnen worden. Probeer de slaapplaatsen in twee
rijen te verdelen met een ruim middenpad. Zorg voor voldoende ruimte aan
hoofd- en voeteneind voor het plaatsen van de bagage.
Let erop dat de elektrische bedrading
e.d. voldoende veilig is. Wijs kinderen op uitgangen en nooduitgangen.
Leg grondzeilen op ruwe vloeren om beschadiging aan luchtbedden te voorkomen.
Laat kinderen hun eigen slaapplaats in orde maken. Begeleiding van staf
en/of ouders is hierbij noodzakelijk.
Keuken
De kookstaf is zelf verantwoordelijk
voor het inrichten van de keuken. Zet alles direct op de goede plaats
(anders blijf je slepen). Er moet voldoende ruimte zijn om de fourage
overzichtelijk en hygiënisch op te bergen. Er moeten voldoende op
bruikbaarheid gecontroleerde kookpitten, potten en pannen zijn. De water
aan- en afvoer moet gemakkelijk te hanteren zijn. Er moet een werktafel
zijn, waarop maaltijden bereid kunnen worden.
De eetruimte
Er moet voldoende ruimte voor de
kinderen aan tafel zijn om te zitten. Tafels, stoelen, banken en eventueel
schragen moeten stevig zijn. Kleed de tafels aan met een rol papier en
een veldboeketje. Dit zal de kinderen een huiselijk gevoel geven. Gebruik
maaltijden zoveel mogelijk buiten.
De speelruimte
Richt deze ruimte samen met de kinderen
in en verwerk hierin het kampthema. Een goede speelruimte buiten is onontbeerlijk.
Als er geen scheiding is met de open weg, is het raadzaam om die in overleg
met de beheerder tijdelijk aan te brengen. Het verhoogt de veiligheid
en geeft het kampterrein een eigen sfeer.
De stafruimte
Het is praktisch een aparte kamer
te hebben voor de staf. Zo kun je een keer lekker rustig zitten, met elkaar
of met een kind praten. Tevens kun hier de E.H.B.O. verzorgen. Zorg dat
ook de stafkamer aangekleed is (thema verwerken).
Wasgelegenheid
Alle kampdeelnemers moeten zich iedere
dag van top tot teen kunnen wassen. Span binnen en buiten waslijnen om
handdoeken en washandjes te laten drogen.
Afvalverwerking
Zorg voor voldoende plastic vuilniszakken.IInformeer
tijdig waar en wanneer vuilniszakken afgeleverd kunnen worden. Informeer
tijdig of de desbetreffende gemeente speciale vuilniszakken gebruikt.
Sla in afwachting van de ophaaldienst de zakken zo op, dat muizen, katten,
eksters en vlaamse gaaien er niet bij kunnen komen.
Vuur
- Maak bij voorkeur gebruik van
de vastgestelde kampvuurplaats.
- Zorg voor voldoende blusmiddelen
- Houd kinderen op afstand van het
vuur
- Een
klein vuur is veel gezelliger dan een groot.
Het kampprogramma
Bedenk hoelang het kamp gaat duren,
waar het gaat plaatsvinden en wat er ongeveer gedaan gaat worden (en in
welk thema). Zorg ervoor, dat de dagen niet teveel versnipperd worden.
Plan bijvoorbeeld per dagdeel één grote activiteit. Probeer
eens iets te doen, wat op de wekelijkse bijeenkomsten niet of nauwelijks
mogelijk is. Zorg voor een afwisseling van rustig, wild, doe-activiteit,
denk-activiteit, keuze-activiteit, buiten, binnen, op het kampterrein
en erbuiten. De herinnering aan het kamp wordt sterk beïnvloed door
de laatste activiteit. Als dat het hoogtepunt was, kan het kamp niet meer
stuk. Een afsluiting kan zijn, een gezellig kampvuur, een leuke bonte
avond of een feestelijke maaltijd op de laatste dag. Het programma dient
naast afwisselend ook evenwichtig te worden ingedeeld. Zorg voor voldoende
rustmomenten. Laat steeds wederkerende programma-onderdelen (eten, slapen
en rustmomenten) op een vaste tijd plaatsvinden, zodat de jeugdleden er
rekening mee kunnen houden.
Houd er rekening mee, dat er halverwege
het kamp een dag komt van ruzietjes en kribbigheden. Plan dan geen zware
activiteit. Velen zijn behoorlijk vermoeid. Stel
een alternatief programma op voor slecht weer. Zorg dat materiaal, spelletjes,
knutselgereedschap, strips, boeken en dergelijke genoeg in voorraad zijn.
Probeer ook het inpakken in een leuke sfeer te laten verlopen.
Corvee en spelregels
Bepaal welke karweitjes er verricht
moeten worden. Wees duidelijk over wie wat doet en hoe het gedaan moet
worden. Rouleer vervelende klussen.
Karweitjes kunnen zijn: opruimen slaapplaatsen, opruimen verblijf/terrein,
tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, helpen bij het koken, rondgaan
met limonade en dergelijke.
Maak afspraken over:
- het opstaan en naar bed gaan;
- de etenstijden (ruim iv.m. rustmoment);
- het verlaten van het kampterrein;
- de toegang tot het stafverblijf
en de fourageruimte;
- het dragen van een (kamp)uniform;
- snoepen, drinken en roken;
- gemengd slapen;
- wat te doen bij een ongelukje.
Kampvuur en Bonte Ring
Een kampvuur is een ideaal middel
om een drukke dag langzaam over te laten gaan in de nacht. Het is een
misverstand dat kampvuren lang moeten duren, hoog moeten zijn en aan de
hand van een volledig cabaret-programma gehouden moeten worden. Probeer
het zingen bij een kampvuur te beperken tot liedjes die bekend zijn. Het
is ongezellig als de deelnemers met een zaklantaarn de songteksten moeten
lezen. Probeer liedjes te begeleiden met een muziekinstrument. Sommige
kinderen stellen het op prijs iets van zich te zien of horen (gedicht,
instrument). Geef ze de gelegenheid.
Vertellen en evalueren kan prima
tijdens het kampvuur. Pantomime, toneel, een verslagpresentatie kunnen
ook prima, maar vergen meer voorbereiding. Ceremoniën en yells versterken
de band en geven kans de spanning te ontladen. Leuk is de kinderen zelf
een yell te laten bedenken. Denk bij kampvuur ook aan dansen, raadsels
en testen en een traktatie (soep, warme chocolademelk).
Bij de bonte ring wordt geen kampvuur
gebruikt. Dit biedt je de mogelijkheid met uitgebreide decors en speciale
kleding te werken. Hang (song)teksten zichtbaar voor iedereen op.
Speciale activiteiten
Veel kinderen vinden het fijn wat
tijd voor zichzelf te hebben om te lezen of een rustig spel te doen met
een stel anderen. Laat kinderen, die er behoefte aan hebben, hun ideeën
en belevenissen opschrijven/tekenen/plakken in het kamplogboek. Probeer
het aantrekkelijk te maken in het kamplogboek te mogen werken. Laat kinderen
alleen met het logboek en geef hun een rustige plaats. Maak buiten een
kampkrantbord, waarop kinderen hun nieuwtjes en belevenissen kwijt kunnen.
Dek het af met plastic, omdat een kleine bui je krant al kan verwoesten.
Veel kinderen vinden het leuk iets tastbaars mee naar huis te kunnen nemen,
als aandenken aan het kamp. Je kunt wissel-insignes instellen, die elke
dag worden uitgereikt aan de groep, die de vorige dag erg origineel en/of
positief is opgevallen.
Inspectie
Bij jongere leeftijdsgroepen zal
regelmatig inspectie plaats moeten vinden. Zorg ervoor, dat deze inspectie
een plezierige gebeurtenis blijft met een positieve uitwerking. Ook de
stafruimte zal open moeten staan voor inspectie. Maak hierin geen onderscheid.
Bezoek van ouders, vrienden en andere belangstellenden
Een bezoek van ouders kan een gevoel
van heimwee bij jongeren versterken, of juist niet. Je loopt hiermee een
risico. Je moet met je speleenheid en met het thuisfront van tevoren overleggen
of je voor bezoek kiest. Kies je ervoor, dan moet het een duidelijke plaats
in het programma krijgen. Ook is het belangrijk een lijst van te verwachten
personen op te stellen, zodat je weet waar je op moet rekenen. Je kunt
onverwacht bezoek op het kamp verwachten. Wanneer deze personen dit van
tevoren niet kenbaar hebben gemaakt, zullen ze er zich in moeten schikken
dat je niet veel tijd voor hun hebt.
Kampdoop/ontgroening
In veel groepen is het traditie
om diegenen die het eerst op kamp zijn, in te wijden. Dit gebeurt vaak
met een ritueel, waaraan de nieuwelingen worden onderworpen. Let erop,
dat de rest van de groep de nieuwelingen niet onnodig bang maken. Stel
ze gerust. Als je merkt dat de angst te groot is, moet je beslissen de
kampdoop niet door te laten gaan. Het moet voor iedereen prettig blijven.
Avondspelen
Houd rekening met wat de spelers
aankunnen. Laat ze door een staflid vergezeld worden. Zorg ervoor, dat
je ongeveer weet waar iedereen zich bevindt. Geef de spelers een noodopdracht
mee, voor het geval ze er niet meer uitkomen of de angst te groot wordt.
Ontvang de deelnemers bij terugkomst met iets warms en geef ze de kans
hun verhaal voor het slapen gaan kwijt te kunnen. Dit voorkomt onnodige
nachtmerries.
De afronding van het kamp
Pak als de jongens/meisjes de laatste
avond naar bed zijn al zoveel mogelijk in. Vaak moet het kampterrein op
een bepaald tijdstip verlaten worden. Houd hier rekening mee!
- Maak, als laatste taak, een rondtocht over het terrein, om te zien of
alles in orde is. Neem contact op met de beheerder over je vertrek. Misschien
wil hij nog samen met je het kampterrein doorlopen. Verdeel de laatste
dag de taken zo, dat er voldoende aandacht voor de jeugd blijft. Laat
hun niet doelloos rondlopen, maar maak er ook die laatste dag iets moois
van.
Maak de gebruikte materialen zo goed
mogelijk schoon op het kampterrein en doe dit nogmaals bij thuiskomst.
Geef eventuele onvolkomenheden van het materiaal door aan de materiaalmeester.
Liefst even opgeschreven. Maak bij terugkomst een financieel verslag van
het kamp en bespreek dit met je groepsleden en de penningmeester.
Wacht ca. twee weken met het bespreken
van het kamp. Zo heeft even alles kunnen bezinken. Organiseer een avond
met de kampgangers en hun ouders. Een leuke avond om herinneringen en
foto's uit te wisselen.
Hygiëne
Algemeen
- Zorg voor schone handdoeken en
washandjes.
- Verschoon regelmatig ondergoed
en sokken.
- Stop natte kleding niet in de
bagage, maar laat deze drogen.
- Berg vuil goed apart op. Bijvoorbeeld
in een plastic zak.
- Afval moet zo vlug mogelijk worden
afgevoerd. Lange tijd opslaan veroorzaakt stank.
- Lucht regelmatig, zo mogelijk
elke dag, de slaapzakken.
- Ruim al het afval direct goed
op, zo mogelijk in plastic vuilniszakken. Bind deze goed dicht en breng
ze naar de plaats waar ze horen.
- Gebruik voor de afwas schone
theedoeken en was af met heet water.
- Was vaak je handen. Zeker na
gebruik van het toilet.
Voeding
- Bewaar etenswaren op een zo koel
mogelijke plaats.
- Plaats geen voeding op de grond
in verband met insekten.
- Was, alvorens ingrediënten
van het voedsel aan te raken, je handen goed.
- Was groenten en fruit goed af.
- Zorg ervoor, dat etenswaren niet
open en bloot blijven liggen.
- Laat geen etensresten achter
op de grond en/of tafels. Dit trekt onnodig insekten aan.
Afwassen
- Was na de maaltijd alles af met
kokend heet water en gebruik schone theedoeken.
- Spoel vochtige doeken na gebruik
uit met schoon heet water en laat hen in de zon drogen.
- Zeepwater trekt vliegen aan.
Verspreid het daarom niet over het terrein. Is er geen waterafvoer,
laat het water dan eerst afkoelen alvorens je het weg gooit.
E.H.B.O.
Neem een verbandtrommel mee, die
tenminste bestaat uit:
- gewone schaar, verbandschaar;
- splintertangetje;
- thermometer;
- enkele naalden;
- veiligheidsspelden en/of verbandklemmetjes;
- snelverband van diverse groottes;
- steriele gaasjes;
- hydrofile windsels van verschillende
breedten;
- cambric windsels van verschillende
breedten;
- witte watten en vette watten;
- driekante doeken;
- wondpleister in verschillende
breedten;
- hechtpleister (leukoplast)
- betadine of sterilon.
De trommel kan aangevuld worden met:
- talkpoeder;
- vaseline;
- waterstofperoxyde (voor uitspoelen
van wondjes en verwijderen van bloed);
- ammonia tegen insektenbeten;
- pijnstillers, laxeermiddelen,
stop-middelen;
- zonnebrandmiddel;
- muggenolie of -stift;
- desinfecterende zeep, nagelborstel;
- kruik;
- papieren zakdoekjes.
Let bij gebruik van geneesmiddelen
goed op de gebruiksaanwijzing voor kinderen. Laat je voorlichten door
apotheek of drogist.
Gebruik medicijnen in gevallen waar
het echt niet anders kan. Plak in de verbandtrommel een lijst en houd
de inhoud op peil. Handig is de telefoonnummers van dokter, politie, brandweer
en apotheek hierin te plakken.
Verwondingen
Voor alle verwondingen geldt:
- goed ontsmetten;
- pleister erop of verband eromheen;
- regelmatig controleren of het
verband en/of de pleisters nog schoon zijn.
Grote wonden stelpen door de wond
of aders/slagaders dicht te drukken en onmiddellijk naar een arts of het
ziekenhuis.
Vergiftiging
Voor alle vergiftigingen geldt: ga
met het gedronken of ingeademde gif en het slachtoffer naar het ziekenhuis.
Veiligheid
Tijdens het kamp
- Kinderen moeten tenminste 8 uur
nachtrust krijgen.
- 's middags een uur rust voor de
kinderen, waarbij ze zelf mogen bepalen hoe ze dit uur invullen.
- De E.H.B.O.-er moet toezien op
kinderen die speciale aandacht nodig hebben in verband met hun gezondheid.
- Medicijnen moeten op tijd ingenomen
worden.
- Houd rekening met kinderen die
een dieet hebben.
- Door verandering van lucht, omgeving,
voedsel en drinkwater kan een regelmatige stoelgang nogal eens verstoord
worden. Let hierop bij het kiezen van het voedsel.
- Laat kinderen bij koud- of regenachtig
weer altijd op een deken, isomatje of iets dergelijks zitten in verband
met blaasontsteking.
- Natte kleding moet onmiddellijk
worden uitgetrokken. Droog het lichaam goed af en trek schone droge
kleding aan.
- Bij nat weer geen lederen schoeisel
dragen, dit wordt moeilijk droog. Loop liever op gymnastiekschoenen
zonder sokken. Vul natte schoenen na gebruik op met kranten en trek
binnen droge sokken aan.
- Let op verbranding bij zon en
wind (zonnebrandolie).
Kampterrein
Bepaal hoe het kampterrein ligt ten
opzichte van drukke verkeerswegen, spoorlijnen etcetera. Hoe is de begaanbaarheid
van het terrein? Zorg voor een opgeruimd kampterrein (zeker de looppaden).
-Laat geen bijlen en zagen rondslingeren, maar berg deze meteen na gebruik
op, op de daarvoor bestemde plaats. -Verwijder al het afval zoals glasscherven
en blik.
Gasflessen
Plaats gasflessen in een goed geventileerde
ruimte, plaats hem rechtop en zet deze nooit in de zon. Gebruik nooit
tangen om de kraan van een gasfles te openen. De kranen kunnen dan beschadigd
worden. Lekkages van gasflessen en de daarbij behorende kranen spoor je
op door er een kwastje zeepsop overheen te smeren.
Controleer de flessen thuis en op
kamp. Als een gasfles lekt, laat hem dan buiten leeglopen en geef hem
terug aan de depothouder met vermelding van het defect.
Vuur
Zorg bij open vuur altijd voor blusmateriaal
(zand). Blussen van open vuur met water kan tot gevolg hebben, dat het
water verandert in stoomdruppels, die wegspattend brandwonden op je lichaam
veroorzaken. Gebruik voor het aanmaken van vuur geen vloeibare brandstoffen,
zeker geen petroleum of benzine. Als iemands kleding vlam vat, kun je
dit doven door het slachtoffer neer te leggen en in een deken of iets
dergelijks te rollen. Raak brandwonden niet aan en laat verbrande kledingstukken
op de huid zitten.
Verkeer
Probeer zoveel mogelijk met kleine
groepjes aan het verkeer deel te nemen. Een grote groep reageert over
het algemeen trager. Laat ieder groepje vergezeld gaan van een begeleider,
die het groepje binnen zijn bereik moet houden. Loop zoveel mogelijk op
de stoep. als deze er niet is, loop dan altijd achter elkaar links van
de weg. zorg ervoor dat je zichtbaar bent (eventueel met witte zaklantaarn
aan de kop van de groep en een rode aan de staart. De zaklantaarns mogen
eventuele tegenliggers niet verblinden. Bij de A.N.W.B. zijn reflecterende
armbanden te koop). Fietsen doe je met kleine groepjes en altijd achter
elkaar.
Zwemmen
Ga alleen naar erkende zwemplaatsen.
Vorm kleine groepjes, die je goed in de gaten kunt houden. Laat altijd
iemand op de kant, die de hele groep blijft observeren. Verder is er per
groepje nog iemand die observeert.
Onweer
Schuil nooit onder hoge uitsteeksels,
zoals masten, alleenstaande bomen en metalen voorwerpen. Je bent op een
veilige afstand van bomen als je er vijf meter vandaan bent. Ga gehurkt
zitten met je voeten bij elkaar. Zo heeft de bliksem het minste vat op
je.
|