|
Aan een zijde van een rechthoekig speelveld wordt een kleine halve
cirkel afgebakend met pionnen. Dit gebied vormt de schuilplaats van
Kaa (één van de welpen). De rest van de horde neemt
plaats in een afgebakend vak aan de overliggende zijde van het veld.
Zij zijn de bandarlog. In het vak zijn zij op eigen terrein, waar
Kaa hen niet durf te pakken.
De bandarlog moeten Kaa uit zijn hol lokken, door zo dicht mogelijk
het hol te naderen. Kaa wacht het juiste moment af om zijn hol te
verlaten en op zijn minst één van de bandarlog te tikken.
De welp die als eerste getikt word is nu Kaa.
|